Rotterdamse avond-naaischool voor meisjes

Home / bronnen / Rotterdamse avond-naaischool voor meisjes    |    Terug

In 1869 wordt de eerste Rotterdamse avond-naaischool voor meisjes geopend.

Dames uit de hogere standen nemen initiatief

Het plan tot de oprichting van de avond-naaischool gaat uit van de dames: B. van Rossem-Hoffmann, B. Tours van Heel, A.C. van Dam, M.C.I. Mus, H. van Ryckevorsel-Schmidt, I.C.H. de Bie-Mees, en J.C. Plemp. Zij komen voor het eerst in juli 1868 ten huize van mevrouw Van Rossum samen om te overleggen hoe dit plan verwezenlijkt kan worden. In deze vergadering wordt besloten een wervingsbrief aan de gegoede burgerij te sturen en een bijdrage te vragen voor de oprichting van de eerste scholen.


Oproep met verklaring

De tekst van de wervingsbrief luidt als volgt:

Het is U evenals ons, zeker menigmaal voorgekomen, dat er onder de vrouwen en meisjes uit den mindervermogenden stand vele zijn, wier haveloos en slordig voorkomen hare onbedrevenheid in het naaien verraadt. Hoe weinig dienstboden zijn in staat om het naaiwerk, dat men van haar verlangt, netjes en met overleg te verrigten? Verzuimd onderwijs in de jeugd is de oorzaak daarvan, daar het jonge kind, in plaats van zich zelf te kunnen oefenen, reeds iets moet verdienen om in het onderhoud van het huisgezin harer ouders te helpen voorzien, en het alzoo geene der bestaande inrigtingen voor meisjes van haren stand bezoeken kan.

Daar, bij de groote armoede van velen, zulk een bezwaar niet is weg te nemen, hebben wij getracht een middel te vinden om dit verzuim te herstellen, door de oprigting eener avond naaischool voor meisjes van alle gezindten, van elken leeftijd, boven de twaalf jaren, die overdag op andere wijze werkzaam zijn.

Wat voor lessen en voor wie

De avond-naaischolen zijn toegankelijk voor meisjes boven de twaalf jaar van alle kerkelijke gezindten. De lessen worden vijf avonden per week gegeven. De volledige opleiding duurt twee jaar, verdeeld over vier halfjaarlijkse cursussen. De instelling verstrekt het materiaal om de eerste beginselen te leren en de meisjes mogen aan zelf meegebrachte spullen werken. De leerlingen moeten aanvankelijk 2,5 cent schoolgeld betalen, later is dit bedrag tot tien cent verhoogd. Als eerste onderwijzeres wordt mevrouw Drukker-Schipper aangesteld. Op geplaatste advertenties in de krant in december 1868 melden een zestigtal leerlingen zich aan.

Allereerste school

De eerste school wordt op maandagavond 4 januari 1869 officieel geopend. De openbare school bevindt zich aan de Botersloot, waar het gemeentebestuur lokalen ter beschikking heeft gesteld. De bestuursleden bezoeken de scholen regelmatig en controleren dan de orde, de vorderingen en het verzuim van leerlingen.

Grote belangstelling

De school groeit voortdurend. In 1904 wordt al op drie scholen aan 450 leerlingen naailessen gegeven. In 1909 is het aantal gestegen tot ruim 600. In 1903 wordt een gemeentelijke subsidie toegezegd van ten hoogste 2500 gulden. De subsidie wordt in de loop der jaren acht keer zo hoog, aangezien ook de salarissen en andere onkosten stijgen. Het aantal particuliere donaties neemt echter af. Rond 1922 begint het aantal leerlingen terug te lopen. Met de opkomst van minder tijdsintensieve naaicursussen in de jaren ‘20 verdwijnt langzamerhand de belangstelling voor avond-naaischolen. Het onderwijs wordt voortgezet tot in oktober 1933. Op 10 november van dat jaar vergadert het bestuur voor de laatste maal.

 

Maker: Nieuwe Rotterdamsche courant
Datering: 30-12-1869
Collectie: Nieuwe Rotterdamsche courant via Delpher.nl
Link: https://is.gd/WxIvXy

Geschiedenislokaal010

Rotterdamse avond-naaischool voor meisjes

Tijdvak: Tijd van burgers en stoommachines (1800 - 1900)


Omschrijving

In 1869 wordt de eerste Rotterdamse avond-naaischool voor meisjes geopend.

Dames uit de hogere standen nemen initiatief

Het plan tot de oprichting van de avond-naaischool gaat uit van de dames: B. van Rossem-Hoffmann, B. Tours van Heel, A.C. van Dam, M.C.I. Mus, H. van Ryckevorsel-Schmidt, I.C.H. de Bie-Mees, en J.C. Plemp. Zij komen voor het eerst in juli 1868 ten huize van mevrouw Van Rossum samen om te overleggen hoe dit plan verwezenlijkt kan worden. In deze vergadering wordt besloten een wervingsbrief aan de gegoede burgerij te sturen en een bijdrage te vragen voor de oprichting van de eerste scholen.


Oproep met verklaring

De tekst van de wervingsbrief luidt als volgt:

Het is U evenals ons, zeker menigmaal voorgekomen, dat er onder de vrouwen en meisjes uit den mindervermogenden stand vele zijn, wier haveloos en slordig voorkomen hare onbedrevenheid in het naaien verraadt. Hoe weinig dienstboden zijn in staat om het naaiwerk, dat men van haar verlangt, netjes en met overleg te verrigten? Verzuimd onderwijs in de jeugd is de oorzaak daarvan, daar het jonge kind, in plaats van zich zelf te kunnen oefenen, reeds iets moet verdienen om in het onderhoud van het huisgezin harer ouders te helpen voorzien, en het alzoo geene der bestaande inrigtingen voor meisjes van haren stand bezoeken kan.

Daar, bij de groote armoede van velen, zulk een bezwaar niet is weg te nemen, hebben wij getracht een middel te vinden om dit verzuim te herstellen, door de oprigting eener avond naaischool voor meisjes van alle gezindten, van elken leeftijd, boven de twaalf jaren, die overdag op andere wijze werkzaam zijn.

Wat voor lessen en voor wie

De avond-naaischolen zijn toegankelijk voor meisjes boven de twaalf jaar van alle kerkelijke gezindten. De lessen worden vijf avonden per week gegeven. De volledige opleiding duurt twee jaar, verdeeld over vier halfjaarlijkse cursussen. De instelling verstrekt het materiaal om de eerste beginselen te leren en de meisjes mogen aan zelf meegebrachte spullen werken. De leerlingen moeten aanvankelijk 2,5 cent schoolgeld betalen, later is dit bedrag tot tien cent verhoogd. Als eerste onderwijzeres wordt mevrouw Drukker-Schipper aangesteld. Op geplaatste advertenties in de krant in december 1868 melden een zestigtal leerlingen zich aan.

Allereerste school

De eerste school wordt op maandagavond 4 januari 1869 officieel geopend. De openbare school bevindt zich aan de Botersloot, waar het gemeentebestuur lokalen ter beschikking heeft gesteld. De bestuursleden bezoeken de scholen regelmatig en controleren dan de orde, de vorderingen en het verzuim van leerlingen.

Grote belangstelling

De school groeit voortdurend. In 1904 wordt al op drie scholen aan 450 leerlingen naailessen gegeven. In 1909 is het aantal gestegen tot ruim 600. In 1903 wordt een gemeentelijke subsidie toegezegd van ten hoogste 2500 gulden. De subsidie wordt in de loop der jaren acht keer zo hoog, aangezien ook de salarissen en andere onkosten stijgen. Het aantal particuliere donaties neemt echter af. Rond 1922 begint het aantal leerlingen terug te lopen. Met de opkomst van minder tijdsintensieve naaicursussen in de jaren ‘20 verdwijnt langzamerhand de belangstelling voor avond-naaischolen. Het onderwijs wordt voortgezet tot in oktober 1933. Op 10 november van dat jaar vergadert het bestuur voor de laatste maal.

 

Maker: Nieuwe Rotterdamsche courant
Datering: 30-12-1869
Collectie: Nieuwe Rotterdamsche courant via Delpher.nl
Link: https://is.gd/WxIvXy

Trefwoorden

beroepen
dagelijks leven
emancipatiebeweging
onderwijs

Nuttige websites

Nieuwe Rotterdamsche courant: 30-12-1869: https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?coll=ddd&query=%28Rotterdam+avond+naaischool+%29&cql%5B%5D=%28date+_gte_+%2201-01-1868%22%29&cql%5B%5D=%28date+_lte_+%2231-12-1903%22%29&redirect=true&identifier=ddd:010117334:mpeg21:a0019&resultsidentifier=ddd:010117334:mpeg21:a0019