Op weg naar het vrouwenkiesrecht

Home / bronnen / Op weg naar het vrouwenkiesrecht    |    Terug
Op weg naar het vrouwenkiesrecht
     

Alle Nederlanders hebben al ruim honderd jaar actief en passief kiesrecht. Maar mannen en vrouwen hebben dit recht allesbehalve op hetzelfde moment gekregen!

Een nieuwe grondwet

Na de afscheiding van België in 1840 heeft Nederland een nieuwe Grondwet nodig. In de nieuwe Grondwet wordt het kiesrecht voor het eerst opgenomen. In deze periode beginnen de burgers in heel Europa zich steeds meer te roeren. Ook in Nederland is het onrustig en koning Willem II wil de kans op een revolutie verkleinen door aan de voorzitter van de Grondwetscommissie, Johan Rudolph Thorbecke, de opdracht te geven een Grondwet te maken met meer inspraak voor ‘het volk’.

Alleen kiesrecht voor mannen met vermogen

Vanaf 3 november 1848 hebben mannen van 23 jaar en ouder het recht om de leden van de Tweede Kamer te kiezen. Alleen mannen die een bepaalde hoeveelheid belasting betalen, krijgen dit kiesrecht. Vrouwen zijn als vanzelfsprekend van dit recht uitgesloten, zij worden als onvolwaardige staatsburgers beschouwd. In het Burgerlijk Wetboek van 1838 is opgenomen dat vrouwen handelingsonbekwaam worden als ze in het huwelijk treden. Te allen tijde moet zij haar echtgenoot in juridische zin gehoorzamen. De echtgenote mag bijvoorbeeld alleen met zijn goedkeuring haar handtekening onder een overeenkomst zetten.

Aletta Jacobs

In 1883 ziet de eerste vrouwelijke arts in Nederland en feministe, Aletta Jacobs, haar kans schoon om zich verkiesbaar te stellen voor de gemeente Amsterdam. Aangezien zij arts is, voldoet zij namelijk wel aan de gestelde vermogensgrens om te mogen stemmen. Tot aan de Hoge Raad vecht zij de weigering aan, maar de gemeente Amsterdam wordt in het gelijk gesteld. Haar verzoek wordt afgewezen omdat ze een vrouw is.

Nog steeds alleen voor mannen

Deze rechtszaak leidt in 1887 tot een herziene Grondwet, waarin expliciet vermeld wordt, dat het kiesrecht alleen voor mannen geldt. Daarnaast moeten deze mannen in het bezit zijn van "zekere kentekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand". Dit artikel is veel te vaag en vanaf 1896 wordt in de Kieswet bepaald dat mannen ook kiesrecht kunnen krijgen op grond van onder meer het hebben van een eigen woning, een minimaal bedrag aan spaargeld of het ontvangen van een bepaald loon.

Situatie in Rotterdam

Rotterdam groeit enorm tussen 1880 en 1900, vooral dankzij de haven. De bevolking verdubbelt in die periode tot 319.000 mensen, vooral door migranten van het platteland of kleine plaatsjes in Zuid-Holland, Zeeland en Brabant. De meesten hebben het zwaar in Rotterdam. Ze moeten hard werken voor heel weinig geld, wonen met veel mensen in kleine, ongezonde woningen. Vaak krijgen ze ook nog eens te maken met criminaliteit en drankmisbruik. Het zijn vaak de vrouwen die daar het meeste last van hebben en er zelfs verantwoordelijk voor worden gehouden.

Politiek in Rotterdam

De politiek laat deze mensen links liggen. Sociale voorzieningen zijn er niet: wie ziek is of zonder werk zit, moet maar bij de kerk aankloppen. Ook met de woningbouw bemoeit de politiek zich niet, ze is vooral bezig met de economie: de haven, fabrieken en de spoorwegen. Al in 1869 schrijft de Rotterdamse huisonderwijzer Goose Wijnand van der Voo (1806-1902) dat de beste manier om als gewone bevolking invloed te krijgen op de politiek het invoeren van algemeen kiesrecht is. Hiermee bedoelt hij: kiesrecht voor mannen én vrouwen.

SDAP wil algemeen kiesrecht

Uiteindelijk wordt op 26 augustus 1894 de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) opgericht die de kiesrechtkwestie in de politiek serieus op de agenda zet. De partij wil dat het kiesrecht uitgebreid wordt tot een algemeen kiesrecht, zodat ook werklieden en vrouwen het recht krijgen om te kiezen. Op deze manier hopen de sociaal-democraten de rechtsongelijkheid van de klassen teniet te doen.  

Vereniging voor Vrouwenkiesrecht

Bij steeds meer vrouwen groeit de onvrede dat zij nog altijd geen stemrecht hebben. Op 5 februari 1894 wordt daarom de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht opgericht. Aletta Jacobs is de voorzitter van de afdeling Amsterdam. De Rotterdamse oud-onderwijzeres en hoofd van de Openbare Meisjesschool voor Uitgebreid Lager Onderwijs in Rotterdam, Maria Wilhelmina Hendrika (Mietje) Rutgers-Hoitsema (1847-1934), wordt daarbij tot secretaris gebombardeerd. Zelf heeft zij de nodige twijfels omdat ze het, naar eigen zeggen, al zo druk heeft, maar het belang van het vrouwenkiesrecht weegt zwaarder. In Rotterdam wordt ze presidente van de eerste afdeling. Een jaar later is ze de drijvende kracht achter de oprichting van de Vereeniging ter behartiging van de belangen der Vrouw te Rotterdam. In 1898 organiseert ze onder meer geruchtmakende lezingen over de intellectuele capaciteiten van vrouwen.

Ook inzet voor arbeidsomstandigheden

Mietje zet zich met hart en ziel in voor de verbetering van de maatschappelijke en wettelijke positie van de vrouw. In 1895 richt zij de Rotterdamsche Buurtvereeniging ‘Ons Thuis‘ op, met als doel de ontwikkeling van vrouwen en kinderen en gezinnen uit de arbeidersklasse te bevorderen. Ook wordt zij eind jaren negentig lid van de SDAP. Binnen de SDAP pleit ze tegen de bijzondere arbeidsbescherming voor vrouwen, omdat het zou leiden tot minder loon voor hetzelfde werk in vergelijking tot mannen. Hierover discussieert ze geregeld met mede SDAP-lid Henriëtte Roland Horst. In 1903 richt ze om die reden het Nationaal Comité inzake Wettelijke Regeling van Vrouwenarbeid op. Als partijleider Pieter Jelles Troelstra de strijd voor de opheffing van klassenverschillen laat prevaleren boven die voor het vrouwenkiesrecht, verlaat zij in 1905 de partij.

Demonstraties

Vanaf 1884 wordt regelmatig gedemonstreerd voor algemeen kiesrecht. Meestal vinden de manifestaties plaats in Amsterdam of Den Haag. In 1903 heeft een grote nationale kiesrechtbetoging plaats op het Schuttersveld in Rotterdam-Crooswijk. Die demonstratie is georganiseerd door een comité waarin socialisten, liberalen en feministen samenwerken. Ondanks het slechte weer lopen 10.000 betogers mee, waaronder heel veel vrouwen en meisjes. Vier jaar later nemen naar schatting 20.000 demonstranten deel aan een protestbijeenkomst in Rotterdam. 

Steeds meer steun

Gaandeweg wordt het vrouwenkiesrecht politiek ‘bespreekbaar’. Zeker op de linkervleugel met de SDAP. Na de eeuwwisseling gaan de politici op rechts zich ook sterk maken voor het onderwerp. Mietje Rutgers-Hoitsema bouwt daarentegen haar werkzaamheden na 1913 langzaam af, onder andere vanwege een langdurig verblijf in het ziekenhuis. In 1917 wordt met de nieuwste grondwetswijziging een kleine overwinning behaald. De politieke partijen gooien het op een akkoordje waarbij ze allemaal krijgen wat ze willen. Voor de socialisten is dat het algemeen mannenkiesrecht: alle mannen vanaf 25 jaar mogen stemmen. Helaas kunnen vrouwen nog alleen maar gekozen wórden. Zij krijgen passief kiesrecht. Wel wordt de Grondwet zo aangepast, dat slechts een wijziging van de Kieswet genoeg is om ook het actief kiesrecht voor vrouwen ingevoerd te krijgen.

Suze Groeneweg

Vrouwen mogen bij de verkiezingen in juli 1918 dus zelf nog niet stemmen. Maar mannen mogen wel op hen stemmen. Een bekende kandidaat is Aletta Jacobs. Zij komt niet in de Tweede Kamer, die eer valt ten deel aan een Rotterdamse onderwijzeres en SDAP-bestuurslid: Suzanna (Suze) Groeneweg (1875 – 1940). Ze is een sensatie: alle kranten schrijven over haar verkiezing. Ze krijgt zelfs een eigen kleedkamer in het Kamergebouw, want er zijn alleen herentoiletten. Het gangetje ernaartoe heet al snel ‘Groenewegje’. ‘Ludiek’ verwijzend naar het Groenewegje in Den Haag, dat vol met kroegen en bordelen staat. Ook tijdens haar maidenspeech maken Kamerleden schuine grappen; Suze Groeneweg trekt zich daar volgens journalisten niets van aan.

In de gemeenteraad

Van 1919 tot 1931 is zij ook de eerste vrouw in de Rotterdamse gemeenteraad, met haar partijgenote Johanna van Kersen-van Muijlwijk (1868-1927). En van 1919 tot 1937 is ze lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. In al haar functies zet Suze zich vooral in voor goed onderwijs voor arbeiderskinderen, betere regelingen voor zwangere vrouwen, antimilitarisme, vrouwenrechten en ze vecht tegen drankmisbruik. In 1930 regelt ze met een ander vrouwelijk kamerlid dat vrouwen benoemd kunnen worden tot burgemeester. En in 1931 is Suze de eerste vrouw die als ambtenaar van de Burgerlijke Stand huwelijken kan voltrekken.

Eindelijk vrouwenkiesrecht

9 mei 1919 is een historische dag. De Tweede Kamer stemt in grote meerderheid vóór het vrouwenkiesrecht door de Kieswet aan te passen: van de Kamerleden die hun stem uitbrengen, stemmen er 64 voor en 10 tegen. Eindelijk mogen vrouwen dan voor een nieuwe Tweede Kamer gaan stemmen op 5 juli 1922! In de grondwetswijziging krijgt het actief vrouwenkiesrecht haar basis in de Grondwet. 

En daarmee, zou je toch denken, is de strijd gestreden. Niets is echter minder waar!

Vrouwenrechten binnen het huwelijk

In haar eerste rede in 1922 spreekt de juriste Betsy Bakker-Nort alle Tweede Kamerleden toe over de ‘schandalige’ huwelijkswetgeving. De toenmalige Minister van Justitie van de ARP, Theo Heemskerk, geeft haar echter te verstaan dat de man het hoofd van het gezin is en dat dat, wat hem betreft, niet zal veranderen. 35 jaar later is daar dan de ommekeer. 2,5 miljoen gehuwde en dus handelingsonbekwame vrouwen voelen zich als bevrijd wanneer op 1 januari 1957 de Lex-Van Oven, zoals de wet op afschaffing van handelingsonbekwaamheid wordt genoemd, in werking treedt.

Positie vrouw pas in 1984 gelijk

Helaas is de positie van de vrouw binnen het huwelijk hiermee nog niet helemaal gelijk getrokken. In de loop van de jaren worden verschillende wetten aangepast of komen tot stand om die positie verder te verbeteren. Zoals met de motie-Tendeloo in 1955 waarin kamerlid Corry Tendeloo stelt dat vrouwen niet langer een dag na hun huwelijk ontslagen mogen worden. De zinsnede dat de man het ‘hoofd van de echtvereniging’ is, wordt vervolgens in 1971(!) uit de wet geschrapt. En pas in 1984 gebeurt datzelfde met de regels dat de man het laatste woord heeft over de woonplaats en de opvoeding.

Ook tegenwoordig worden vrouwen voor hetzelfde werk nog vaak slechter betaald dan mannen. En recent is daar het recht op zelfbeschikking van het vrouwenlichaam met de acties van #MeToo bijgekomen. De strijd voor gelijke rechten duurt voort!

De bron is de eerste pagina van het openingswoord dat Mietje Rutgers-Hoitsema heeft uitgesproken ter ere van het 10-jarig jubileum van de Vereeniging ter Behartiging van de Belangen van de Vrouw te Rotterdam. Het archief van de vereniging is overgebracht naar het Stadsarchief Rotterdam en daar in te zien. 

Maker: M.W.H. Rutgers-Hoitsema
Datering: 1904-01-01 / 1905-02-01
Collectie: Archief van de Vereeniging ter Behartiging van de Belangen van de Vrouw te Rotterdam
Nummer: 190_12
Link: https://hdl.handle.net/21.12133/2B40E34ED46F4FEBBF0394B01CBA19A3

Geschiedenislokaal010

Op weg naar het vrouwenkiesrecht

Tijdvak: Tijd van burgers en stoommachines (1800 - 1900)


Omschrijving

Alle Nederlanders hebben al ruim honderd jaar actief en passief kiesrecht. Maar mannen en vrouwen hebben dit recht allesbehalve op hetzelfde moment gekregen!

Een nieuwe grondwet

Na de afscheiding van België in 1840 heeft Nederland een nieuwe Grondwet nodig. In de nieuwe Grondwet wordt het kiesrecht voor het eerst opgenomen. In deze periode beginnen de burgers in heel Europa zich steeds meer te roeren. Ook in Nederland is het onrustig en koning Willem II wil de kans op een revolutie verkleinen door aan de voorzitter van de Grondwetscommissie, Johan Rudolph Thorbecke, de opdracht te geven een Grondwet te maken met meer inspraak voor ‘het volk’.

Alleen kiesrecht voor mannen met vermogen

Vanaf 3 november 1848 hebben mannen van 23 jaar en ouder het recht om de leden van de Tweede Kamer te kiezen. Alleen mannen die een bepaalde hoeveelheid belasting betalen, krijgen dit kiesrecht. Vrouwen zijn als vanzelfsprekend van dit recht uitgesloten, zij worden als onvolwaardige staatsburgers beschouwd. In het Burgerlijk Wetboek van 1838 is opgenomen dat vrouwen handelingsonbekwaam worden als ze in het huwelijk treden. Te allen tijde moet zij haar echtgenoot in juridische zin gehoorzamen. De echtgenote mag bijvoorbeeld alleen met zijn goedkeuring haar handtekening onder een overeenkomst zetten.

Aletta Jacobs

In 1883 ziet de eerste vrouwelijke arts in Nederland en feministe, Aletta Jacobs, haar kans schoon om zich verkiesbaar te stellen voor de gemeente Amsterdam. Aangezien zij arts is, voldoet zij namelijk wel aan de gestelde vermogensgrens om te mogen stemmen. Tot aan de Hoge Raad vecht zij de weigering aan, maar de gemeente Amsterdam wordt in het gelijk gesteld. Haar verzoek wordt afgewezen omdat ze een vrouw is.

Nog steeds alleen voor mannen

Deze rechtszaak leidt in 1887 tot een herziene Grondwet, waarin expliciet vermeld wordt, dat het kiesrecht alleen voor mannen geldt. Daarnaast moeten deze mannen in het bezit zijn van "zekere kentekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand". Dit artikel is veel te vaag en vanaf 1896 wordt in de Kieswet bepaald dat mannen ook kiesrecht kunnen krijgen op grond van onder meer het hebben van een eigen woning, een minimaal bedrag aan spaargeld of het ontvangen van een bepaald loon.

Situatie in Rotterdam

Rotterdam groeit enorm tussen 1880 en 1900, vooral dankzij de haven. De bevolking verdubbelt in die periode tot 319.000 mensen, vooral door migranten van het platteland of kleine plaatsjes in Zuid-Holland, Zeeland en Brabant. De meesten hebben het zwaar in Rotterdam. Ze moeten hard werken voor heel weinig geld, wonen met veel mensen in kleine, ongezonde woningen. Vaak krijgen ze ook nog eens te maken met criminaliteit en drankmisbruik. Het zijn vaak de vrouwen die daar het meeste last van hebben en er zelfs verantwoordelijk voor worden gehouden.

Politiek in Rotterdam

De politiek laat deze mensen links liggen. Sociale voorzieningen zijn er niet: wie ziek is of zonder werk zit, moet maar bij de kerk aankloppen. Ook met de woningbouw bemoeit de politiek zich niet, ze is vooral bezig met de economie: de haven, fabrieken en de spoorwegen. Al in 1869 schrijft de Rotterdamse huisonderwijzer Goose Wijnand van der Voo (1806-1902) dat de beste manier om als gewone bevolking invloed te krijgen op de politiek het invoeren van algemeen kiesrecht is. Hiermee bedoelt hij: kiesrecht voor mannen én vrouwen.

SDAP wil algemeen kiesrecht

Uiteindelijk wordt op 26 augustus 1894 de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) opgericht die de kiesrechtkwestie in de politiek serieus op de agenda zet. De partij wil dat het kiesrecht uitgebreid wordt tot een algemeen kiesrecht, zodat ook werklieden en vrouwen het recht krijgen om te kiezen. Op deze manier hopen de sociaal-democraten de rechtsongelijkheid van de klassen teniet te doen.  

Vereniging voor Vrouwenkiesrecht

Bij steeds meer vrouwen groeit de onvrede dat zij nog altijd geen stemrecht hebben. Op 5 februari 1894 wordt daarom de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht opgericht. Aletta Jacobs is de voorzitter van de afdeling Amsterdam. De Rotterdamse oud-onderwijzeres en hoofd van de Openbare Meisjesschool voor Uitgebreid Lager Onderwijs in Rotterdam, Maria Wilhelmina Hendrika (Mietje) Rutgers-Hoitsema (1847-1934), wordt daarbij tot secretaris gebombardeerd. Zelf heeft zij de nodige twijfels omdat ze het, naar eigen zeggen, al zo druk heeft, maar het belang van het vrouwenkiesrecht weegt zwaarder. In Rotterdam wordt ze presidente van de eerste afdeling. Een jaar later is ze de drijvende kracht achter de oprichting van de Vereeniging ter behartiging van de belangen der Vrouw te Rotterdam. In 1898 organiseert ze onder meer geruchtmakende lezingen over de intellectuele capaciteiten van vrouwen.

Ook inzet voor arbeidsomstandigheden

Mietje zet zich met hart en ziel in voor de verbetering van de maatschappelijke en wettelijke positie van de vrouw. In 1895 richt zij de Rotterdamsche Buurtvereeniging ‘Ons Thuis‘ op, met als doel de ontwikkeling van vrouwen en kinderen en gezinnen uit de arbeidersklasse te bevorderen. Ook wordt zij eind jaren negentig lid van de SDAP. Binnen de SDAP pleit ze tegen de bijzondere arbeidsbescherming voor vrouwen, omdat het zou leiden tot minder loon voor hetzelfde werk in vergelijking tot mannen. Hierover discussieert ze geregeld met mede SDAP-lid Henriëtte Roland Horst. In 1903 richt ze om die reden het Nationaal Comité inzake Wettelijke Regeling van Vrouwenarbeid op. Als partijleider Pieter Jelles Troelstra de strijd voor de opheffing van klassenverschillen laat prevaleren boven die voor het vrouwenkiesrecht, verlaat zij in 1905 de partij.

Demonstraties

Vanaf 1884 wordt regelmatig gedemonstreerd voor algemeen kiesrecht. Meestal vinden de manifestaties plaats in Amsterdam of Den Haag. In 1903 heeft een grote nationale kiesrechtbetoging plaats op het Schuttersveld in Rotterdam-Crooswijk. Die demonstratie is georganiseerd door een comité waarin socialisten, liberalen en feministen samenwerken. Ondanks het slechte weer lopen 10.000 betogers mee, waaronder heel veel vrouwen en meisjes. Vier jaar later nemen naar schatting 20.000 demonstranten deel aan een protestbijeenkomst in Rotterdam. 

Steeds meer steun

Gaandeweg wordt het vrouwenkiesrecht politiek ‘bespreekbaar’. Zeker op de linkervleugel met de SDAP. Na de eeuwwisseling gaan de politici op rechts zich ook sterk maken voor het onderwerp. Mietje Rutgers-Hoitsema bouwt daarentegen haar werkzaamheden na 1913 langzaam af, onder andere vanwege een langdurig verblijf in het ziekenhuis. In 1917 wordt met de nieuwste grondwetswijziging een kleine overwinning behaald. De politieke partijen gooien het op een akkoordje waarbij ze allemaal krijgen wat ze willen. Voor de socialisten is dat het algemeen mannenkiesrecht: alle mannen vanaf 25 jaar mogen stemmen. Helaas kunnen vrouwen nog alleen maar gekozen wórden. Zij krijgen passief kiesrecht. Wel wordt de Grondwet zo aangepast, dat slechts een wijziging van de Kieswet genoeg is om ook het actief kiesrecht voor vrouwen ingevoerd te krijgen.

Suze Groeneweg

Vrouwen mogen bij de verkiezingen in juli 1918 dus zelf nog niet stemmen. Maar mannen mogen wel op hen stemmen. Een bekende kandidaat is Aletta Jacobs. Zij komt niet in de Tweede Kamer, die eer valt ten deel aan een Rotterdamse onderwijzeres en SDAP-bestuurslid: Suzanna (Suze) Groeneweg (1875 – 1940). Ze is een sensatie: alle kranten schrijven over haar verkiezing. Ze krijgt zelfs een eigen kleedkamer in het Kamergebouw, want er zijn alleen herentoiletten. Het gangetje ernaartoe heet al snel ‘Groenewegje’. ‘Ludiek’ verwijzend naar het Groenewegje in Den Haag, dat vol met kroegen en bordelen staat. Ook tijdens haar maidenspeech maken Kamerleden schuine grappen; Suze Groeneweg trekt zich daar volgens journalisten niets van aan.

In de gemeenteraad

Van 1919 tot 1931 is zij ook de eerste vrouw in de Rotterdamse gemeenteraad, met haar partijgenote Johanna van Kersen-van Muijlwijk (1868-1927). En van 1919 tot 1937 is ze lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. In al haar functies zet Suze zich vooral in voor goed onderwijs voor arbeiderskinderen, betere regelingen voor zwangere vrouwen, antimilitarisme, vrouwenrechten en ze vecht tegen drankmisbruik. In 1930 regelt ze met een ander vrouwelijk kamerlid dat vrouwen benoemd kunnen worden tot burgemeester. En in 1931 is Suze de eerste vrouw die als ambtenaar van de Burgerlijke Stand huwelijken kan voltrekken.

Eindelijk vrouwenkiesrecht

9 mei 1919 is een historische dag. De Tweede Kamer stemt in grote meerderheid vóór het vrouwenkiesrecht door de Kieswet aan te passen: van de Kamerleden die hun stem uitbrengen, stemmen er 64 voor en 10 tegen. Eindelijk mogen vrouwen dan voor een nieuwe Tweede Kamer gaan stemmen op 5 juli 1922! In de grondwetswijziging krijgt het actief vrouwenkiesrecht haar basis in de Grondwet. 

En daarmee, zou je toch denken, is de strijd gestreden. Niets is echter minder waar!

Vrouwenrechten binnen het huwelijk

In haar eerste rede in 1922 spreekt de juriste Betsy Bakker-Nort alle Tweede Kamerleden toe over de ‘schandalige’ huwelijkswetgeving. De toenmalige Minister van Justitie van de ARP, Theo Heemskerk, geeft haar echter te verstaan dat de man het hoofd van het gezin is en dat dat, wat hem betreft, niet zal veranderen. 35 jaar later is daar dan de ommekeer. 2,5 miljoen gehuwde en dus handelingsonbekwame vrouwen voelen zich als bevrijd wanneer op 1 januari 1957 de Lex-Van Oven, zoals de wet op afschaffing van handelingsonbekwaamheid wordt genoemd, in werking treedt.

Positie vrouw pas in 1984 gelijk

Helaas is de positie van de vrouw binnen het huwelijk hiermee nog niet helemaal gelijk getrokken. In de loop van de jaren worden verschillende wetten aangepast of komen tot stand om die positie verder te verbeteren. Zoals met de motie-Tendeloo in 1955 waarin kamerlid Corry Tendeloo stelt dat vrouwen niet langer een dag na hun huwelijk ontslagen mogen worden. De zinsnede dat de man het ‘hoofd van de echtvereniging’ is, wordt vervolgens in 1971(!) uit de wet geschrapt. En pas in 1984 gebeurt datzelfde met de regels dat de man het laatste woord heeft over de woonplaats en de opvoeding.

Ook tegenwoordig worden vrouwen voor hetzelfde werk nog vaak slechter betaald dan mannen. En recent is daar het recht op zelfbeschikking van het vrouwenlichaam met de acties van #MeToo bijgekomen. De strijd voor gelijke rechten duurt voort!

De bron is de eerste pagina van het openingswoord dat Mietje Rutgers-Hoitsema heeft uitgesproken ter ere van het 10-jarig jubileum van de Vereeniging ter Behartiging van de Belangen van de Vrouw te Rotterdam. Het archief van de vereniging is overgebracht naar het Stadsarchief Rotterdam en daar in te zien. 

Maker: M.W.H. Rutgers-Hoitsema
Datering: 1904-01-01 / 1905-02-01
Collectie: Archief van de Vereeniging ter Behartiging van de Belangen van de Vrouw te Rotterdam
Nummer: 190_12
Link: https://hdl.handle.net/21.12133/2B40E34ED46F4FEBBF0394B01CBA19A3

Trefwoorden

burgerschap
emancipatiebeweging
feminisme
grondrechten
vrouwenkiesrecht
eerste feministische golf

Nuttige websites

De tribune: soc. dem. weekblad: 01-11-1934: https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=rutgers-hoitsema&coll=ddd&maxperpage=10&resultsidentifier=ddd:010482732:mpeg21:a0096&identifier=ddd:010482732:mpeg21:a0096