Bierbrouwsters in de 17e eeuw

Home / bronnen / Bierbrouwsters in de 17e eeuw    |    Terug

30 brouwerijen in Rotterdam

De bierbrouwerij neemt vanaf 1600 een hoge vlucht. Rond het midden van de zeventiende eeuw telt Rotterdam zo’n dertig brouwerijen, die bier van hoge kwaliteit maken. Het gaat om grote en goedlopende bedrijven die werk verschaffen aan veel mensen, zoals brouwers, kuipers en ook comptoirmeiden (kantoormeiden) die de boekhouding bijhouden.

Brouwerij De Twee Witte Klimmende Leeuwen

In 1621 sticht Jacob Jacobsz van Couwenhoven de brouwerij De Twee Witte Klimmende Leeuwen. In 1647 koopt Vincent Bouwensz deze brouwerij, waarvan de omschrijving luidt: Eene brouwerij, mouterij en rosmolen, met 9 molenpaarden, gijlkuipen, ketels, vaatwerk en overige gereedschappen; het huis waarin de opperbrouwer woont, benevens 3 woonhuizen, waarvan twee waren gelegen naast de zuidzijde der brouwerij. De verkoopsom (met inbegrip van den inventaris die op ƒ32.000 getaxeerd werd) bedroeg ƒ85.000.

Familiekapitaal nodig

Uit deze opsomming blijkt hoe duur de aanschaf danwel het huren van een bierbrouwerij in die tijd is. Een ongehuwde ondernemer die niet uit een brouwersfamilie stamt en dus geen beschikking heeft over een familiekapitaal, kan zo’n aanschaf uit zijn hoofd laten. Van Couwenhoven stamt uit een familie die meerdere brouwerijen bezit en Vincent Bouwensz werkt met zijn vrouw, Aetgen Otten, samen en heeft waarschijnlijk ook de nodige familieconnecties. In 1647 is hij mede-eigenaar van de brouwerij Het Witte Paard en na zijn overlijden in 1653, wordt dat aandeel door zijn weduwe verkocht aan een familielid, Otto Selckart. Het bedrijf in de Twee Witte Klimmende Leeuwen zet zij voort en breidt zij zelfs uit.

Aetgen Otten

In het Stadsarchief is te achterhalen dat Aetgen Otten in 1594 is geboren en in 1622 met Vincent Bouwensz is getrouwd. Mogelijk hebben ze in de Molenstraat gewoond en in maart 1659 heeft zij een huis met erf gekocht aan het eind van de Leuvehaven tegenover de Grote Scheepmakerbrugge, hiervoor heeft ze 6500 gulden betaald.

Ook zijn notariële akten van haar bewaard gebleven over getuigenverklaringen bij notaris Jacobus Delphius. Ze verklaart dat ze nog uitstaande vorderingen heeft of dat bij leveranties mogelijk wordt gesjoemeld. Voorts heeft ze meerdere malen haar testament aangepast. Op 27 januari 1656 benoemt ze haar neef Heindrick Selkert (Selckart) tot erfgenaam. Heindrick moet 30.000 gulden uitkeren aan de kinderen van de overleden Otto Selkert (Selckart). Zij wenst dat bij overlijden van Heindrick, zijn vrouw Margarita Stout zal blijven samenwerken in de brouwerij met de familie van Vincent Bouwensz.

Zelfstandige vrouwen

Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat het in die tijd heel gewoon wordt gevonden dat de weduwe de brouwerij voortzet.

Op de afbeelding zien we de brouwerij De Twee Witte Klimmende Leeuwen aan de oostzijde van de Leuvehaven op nummer 48.

Anno 2020 is het weer helemaal bon ton om bier te brouwen. Ook in Rotterdam zijn veel kleine brouwerijen opgestart de laatste jaren. De bierbrouwers van nu zijn echter bevlogen jonge ondernemers en komen niet noodzakelijkerwijs uit een brouwersfamilie.

Maker: G. Groenewegen
Datering: 1795-01-01 / 1795-12-31
Collectie: Prenten en tekeningen
Nummer: 4080_RI-396
Link: https://stadsarchief.rotterdam.nl/zoeken/resultaten/index.xml?mizk_alle=witte%20leeuwen&mizig=299

Geschiedenislokaal010

Bierbrouwsters in de 17e eeuw

Tijdvak: Tijd van regenten en vorsten (1600 - 1700)


Omschrijving

30 brouwerijen in Rotterdam

De bierbrouwerij neemt vanaf 1600 een hoge vlucht. Rond het midden van de zeventiende eeuw telt Rotterdam zo’n dertig brouwerijen, die bier van hoge kwaliteit maken. Het gaat om grote en goedlopende bedrijven die werk verschaffen aan veel mensen, zoals brouwers, kuipers en ook comptoirmeiden (kantoormeiden) die de boekhouding bijhouden.

Brouwerij De Twee Witte Klimmende Leeuwen

In 1621 sticht Jacob Jacobsz van Couwenhoven de brouwerij De Twee Witte Klimmende Leeuwen. In 1647 koopt Vincent Bouwensz deze brouwerij, waarvan de omschrijving luidt: Eene brouwerij, mouterij en rosmolen, met 9 molenpaarden, gijlkuipen, ketels, vaatwerk en overige gereedschappen; het huis waarin de opperbrouwer woont, benevens 3 woonhuizen, waarvan twee waren gelegen naast de zuidzijde der brouwerij. De verkoopsom (met inbegrip van den inventaris die op ƒ32.000 getaxeerd werd) bedroeg ƒ85.000.

Familiekapitaal nodig

Uit deze opsomming blijkt hoe duur de aanschaf danwel het huren van een bierbrouwerij in die tijd is. Een ongehuwde ondernemer die niet uit een brouwersfamilie stamt en dus geen beschikking heeft over een familiekapitaal, kan zo’n aanschaf uit zijn hoofd laten. Van Couwenhoven stamt uit een familie die meerdere brouwerijen bezit en Vincent Bouwensz werkt met zijn vrouw, Aetgen Otten, samen en heeft waarschijnlijk ook de nodige familieconnecties. In 1647 is hij mede-eigenaar van de brouwerij Het Witte Paard en na zijn overlijden in 1653, wordt dat aandeel door zijn weduwe verkocht aan een familielid, Otto Selckart. Het bedrijf in de Twee Witte Klimmende Leeuwen zet zij voort en breidt zij zelfs uit.

Aetgen Otten

In het Stadsarchief is te achterhalen dat Aetgen Otten in 1594 is geboren en in 1622 met Vincent Bouwensz is getrouwd. Mogelijk hebben ze in de Molenstraat gewoond en in maart 1659 heeft zij een huis met erf gekocht aan het eind van de Leuvehaven tegenover de Grote Scheepmakerbrugge, hiervoor heeft ze 6500 gulden betaald.

Ook zijn notariële akten van haar bewaard gebleven over getuigenverklaringen bij notaris Jacobus Delphius. Ze verklaart dat ze nog uitstaande vorderingen heeft of dat bij leveranties mogelijk wordt gesjoemeld. Voorts heeft ze meerdere malen haar testament aangepast. Op 27 januari 1656 benoemt ze haar neef Heindrick Selkert (Selckart) tot erfgenaam. Heindrick moet 30.000 gulden uitkeren aan de kinderen van de overleden Otto Selkert (Selckart). Zij wenst dat bij overlijden van Heindrick, zijn vrouw Margarita Stout zal blijven samenwerken in de brouwerij met de familie van Vincent Bouwensz.

Zelfstandige vrouwen

Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat het in die tijd heel gewoon wordt gevonden dat de weduwe de brouwerij voortzet.

Op de afbeelding zien we de brouwerij De Twee Witte Klimmende Leeuwen aan de oostzijde van de Leuvehaven op nummer 48.

Anno 2020 is het weer helemaal bon ton om bier te brouwen. Ook in Rotterdam zijn veel kleine brouwerijen opgestart de laatste jaren. De bierbrouwers van nu zijn echter bevlogen jonge ondernemers en komen niet noodzakelijkerwijs uit een brouwersfamilie.

Maker: G. Groenewegen
Datering: 1795-01-01 / 1795-12-31
Collectie: Prenten en tekeningen
Nummer: 4080_RI-396
Link: https://stadsarchief.rotterdam.nl/zoeken/resultaten/index.xml?mizk_alle=witte%20leeuwen&mizig=299

Trefwoorden

ambacht
bier
feminisme
zelfvoorzienend

Nuttige websites

museumrotterdam.nl: https://museumrotterdam.nl/collectie/item/10409?itemReturnStart=144&objectrow=144&itemReturnSearch=bier